Het mobieltje als schatkamer

sidebar image

Ambassadeur Heleen Hörmann over 'district zero'

Waarom hebben zoveel vluchtelingen een mobiele telefoon? Dit is de eerste en kennelijk meest prangende vraag in de top 6 van ‘Vragen die je niet durft te stellen over vluchtelingen’ op de site van de Stichting Vluchteling. Het is een vraag die zeker op social media het afgelopen jaar vaak opdook, en waar de film District Zero een prachtig antwoord op is.

Hoofdpersoon in de film District Zero is Maamun, een vluchteling uit Syrië. In een immens vluchtelingenkamp in Jordanië repareert hij in zijn winkeltje mobieltjes. De film opent met close-ups van het binnenste van de telefoontjes die hij onder handen neemt. Zo dicht als je hier op het zenuwcentrum van die mobieltjes komt, zo dicht kom je via die mobieltjes op de ziel van de bewoners van het kamp. Het mobieltje heeft hen vermoedelijk de weg gewezen uit hun geteisterde vaderland, stelt hen in staat om nog contact te onderhouden met hun verre dierbaren, en… het is hun fotoalbum.

Bewoners van het kamp komen naar Maamun voor reparaties en nieuw beltegoed, maar ook als hun memorycard vol is. Wat te doen met al die foto’s? Welke bewaren ze? Je kijkt samen met Maamun naar die beelden van hun verleden, en vraagt je onwillekeurig af welke foto’s op je telefoon jij met je mee zou willen dragen. Er is veel om te koesteren. Maar voor de vluchtelingen ook veel rampspoed: de verwoestingen, de ontberingen, de wonden. Beelden die ze zouden willen terugdraaien en deleten. Als dat al kon. Maamun:‘God gave us the gift of forgetting, but it’s impossible to forget what happened.’ En toch zou Maamun het liefst teruggaan naar Syrië. Het kamp is voor hem als een ‘district zero’, een oord waar hij niet wil zijn, en waar de tijd voor zijn gevoel stilstaat: ‘To me, it is to die before my time.’

De film speelt zich vrijwel geheel af in het vluchtelingenkamp, een van de grootste ter wereld. De crew heeft tijdens het draaien van de film in het kamp geleefd. Dat voel en zie je. Je fietst tussen die eindeloze rijen witte containers door, je hangt de was op, gaat naar de kapper, naar het basisschooltje, je kletst met andere bewoners, en je voelt bijna de hitte op je huid branden.

Als Maamun erin slaagt om in de naburige stad Irbid een fotoprintertje te kopen voor zijn winkeltjes, komen bewoners bij hem langs om prints te maken van hun dierbaarste foto’s. Ze hangen die prints aan de muur, en verjagen zo het koude wit van de anonieme containers.

Het mobieltje is geen luxe voor deze vluchtelingen, het is hun schatkamer. Een schatkamer met veel slagschaduwen welteverstaan. Het bewaart hun verleden en verloren tijd. Maar het leven gaat door, ook in dit oord voor ontheemden, en al heeft iemand als Omar moeite om dat onder ogen te zien. Tegen het eind van de film zijn we getuige van een bevalling in het ziekenhuis in het kamp, en begrijpen we dat dit ook een plek is waar nieuw leven begint. En ongetwijfeld een nieuw fotoalbum.

Zoeken in Films

ZOEKEN ALGEMEEN

Nieuwsbrief Festivalkrant
Volg ons op Twitter Volg ons op Facebook Volg ons op Youtube