China Blue Danny's Parade Een giraf in de regen
The Act of Killing Ghezi Plein - Istanbul 2013 Garage Olympo
Angry Man China Blue Korean Army Girls

Interview regisseur Miraz Bezar

4 april 2011

Marjanne de Haan van het Turkije Instituut interviewde regisseur Miraz Bezar die voor zijn debuutfilm Min Dit: The Children of Diyarbakir de VARAgids Publieksprijs ontving op het Movies that Matter Festival.


De Berlijnse filmmaker Miraz Bezar debuteerde in 2009 met Min Dit: The Children of Diyarbakır en won prijzen op grote Turkse filmfestivals. De Koerdische film over de gevolgen van de burgeroorlog in Zuidoost-Anatolië was niet minder dan een doorbraak in Turkije. Koerdisch was er tot voor kort verboden en de zogeheten Koerdische kwestie is nog altijd een politieke en maatschappelijke splijtzwam. Aan het uiteindelijke succes van de zachtmoedige Beraz (1971) ging een lange weg vooraf. "Mijn moeder verkocht haar huis zodat ik mijn film kon maken."

Thema nummer 1

"Ik ben op mijn negende van Ankara naar Duitsland verhuist, naar Berlijn. Dat was in 1980, ten tijde van de militaire staatsgreep in Turkije. Ook al groeide ik op in Duitsland, wat er gebeurde in Turkije en in Turks Koerdistan in het bijzonder, was en is thema nummer 1 in mijn leven. Het is altijd aanwezig: als je bijvoorbeeld hoort dat je oom gemarteld is en moest vluchten. Dus ik wilde daar iets mee doen. We weten veel over de oorlog tussen soldaten en guerrilla's in de jaren 80 en 90, maar weinig over de verhalen erachter, over mensen die verdwenen zijn. Vijf jaar geleden vertrok ik daarom naar Diyarbakır, zonder concreet idee maar met het plan om een film, aanvankelijk een documentaire, te maken."

Min Dit gaat over in Turkije nogal gevoelige zaken. De film is bijna helemaal in het Koerdisch, maar gaat ook nog eens over de JITEM, een geheime eenheid van de Turkse gendarmerie die verantwoordelijk zou zijn voor talloze verdwijningen en moorden. Ben je tegengewerkt, of heb je juist steun uit onverwachte hoek gehad tijdens het maken van de film?

"Als ik terugkijk naar 2005, toen ik op de bonnefooi naar Turkije vertrok, is het eigenlijk ongelooflijk hoe ver ik gekomen ben. Het heeft me ook moed gegeven: je kunt in je eentje een film maken, met steun van familie en vrienden. Mijn moeder, een typische immigrante in Berlijn die nauwelijks Duits spreekt, heeft haar huis verkocht zodat ik een film kon maken. Pas toen ik ging monteren kreeg ik hulp van Fatih Akins productiebedrijf. Je moet heel naïef zijn, niet alleen vanwege de financiële risico's, ook omdat die lui (leden van JITEM, MH) gewoon nog rondlopen in Diyarbakır. Daar moet je niet over nadenken - ik heb me er niets van aangetrokken. Het belangrijkste was dat mensen daar, in Diyarbakır, hun verhaal wilden vertellen. Het is een grote stap voor hen dat hun verhaal gezien wordt."

Waarom besloot je om kinderen de hoofdrol te geven?

Toen ik begon, wist ik überhaupt niet welk verhaal ik wilde vertellen. Er was nogal wat keus: de mensenrechtenvereniging in Diyarbakır heeft een kamer vol mappen met dossiers over verdwenen mensen. Maar daar ontmoette ik een jonge vrouw die als kind haar ouders verloor, wier kleine zusje vervolgens in haar armen stierf. Toen besloot ik dat haar verhaal de basis van de film werd waar ik de andere plotlijnen omheen draaide. 

 

Is een film over kinderen misschien ook minder overduidelijk politiek?

"Ik weet het niet. Ik werk ook graag met kinderen. En bovendien: straatkinderen zijn overal in Diyarbakır, dat valt je als eerste op. Als je zoals ik low-budget werkt en beïnvloed bent door de Iraanse (sociaal-realistische, MH) cinema, dan is zoiets meteen een thema. Nu zitten er bijvoorbeeld zo'n duizend kinderen in de gevangenis omdat ze stenen hebben gegooid naar de politie. In 2006 tekende zich die woede voor het eerst af, toen de PKK (Koerdische gewapende verzetsbeweging, MH) verordonneerde dat winkels moesten sluiten. Kinderen kwamen daartegen in opstand, ze namen de straat over."
"Wat ik in die periode in Diyarbakır heb gezien en meegemaakt heeft geleid tot wat ik met Min Dit vooral wil zeggen: het geweld waarin deze kinderen opgroeien moet aangepakt worden. Ook al komt er vrede, de woede leeft voort in de komende generaties. Jaren geleden werd in de media uitvoerig bericht over het probleem van jonge zakkenrollers in West-Turkije. Dat dat Koerdische kinderen waren uit verwoeste dorpen in het Zuidoosten, daarover werd niet gesproken. Er was geen aandacht voor de gewelddadige omgeving waar die kinderen vandaan kwamen."

Aan het einde van de film nemen Gülistan en Fırat op een hele slimme manier wraak op de moordenaar van hun ouders.

"Dat is mijn utopische blik natuurlijk. Mijn boodschap, ook aan het Koerdische publiek, is dat er andere manieren zijn dan je recht halen met geweld. Op het moment wordt in Turks Koerdistan opgeroepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, zoiets is nog niet eerder geprobeerd. Maar het idee voor het einde van de film komt niet van mij, ik zag een Argentijnse documentaire over hoe een lid van de junta publiekelijk te schande wordt gemaakt. Dat voelde zo bevredigend! Hij moet zijn kleinzoon vertellen wie hij werkelijk is. Dat is pas wraak."

Mijnenveld


Heeft
Min Dit in Turkije tot controverse geleid?

"Van Koerdische zijde verwachtten mensen denk ik meer. Zij zitten soms nog middenin in die situatie van armoede en angst, het is voor hen te vroeg voor zo'n pacifistisch geluid. En aan Turkse zijde, als je dat al kunt zeggen, leidde de film natuurlijk wel tot discussie. Min Dit ging in première op het festival van Antalya en dong, als Koerdische film met ondertiteling, mee in de nationale competitie! Na afloop gebeurde er niets schokkends. Maar sommigen vonden het propaganda - veel mensen in Turkije geloven niet dat hun geliefde staat, hun gekoesterde leger, in staat is tot zulk onrecht, tot moord. En dat begrijp ik wel. Als je je leven lang een bepaald beeld van je land is ingeprent, is het moeilijk als iemand komt vertellen dat dat een leugen is. Dat Turkije een multicultureel land is, dat we moeten praten over wat er is gebeurd."

"Wat wel een enorm probleem is: niemand in Turkije wil de film uitbrengen. Distributeurs zijn bang, voor nationalistische reacties, voor hun reputatie - ondanks de goede ontvangst en de prijzen in Antalya en Istanbul. Turkije is een mijnenveld wat dat betreft, heel vermoeiend. Dus ging ik zelf maar weer aan de slag. Ik heb bioscopen in het hele land gebeld en in sommige gebieden, in West- en Noord-Turkije, kreeg ik gewoonweg geen voet aan de grond. In Koerdische gebieden, in Ankara en Istanbul was het geen probleem. In Izmir (westkust) heeft Min Dit uiteindelijk een week gedraaid, in een bioscoop die toch al dicht ging. Het was de hele week vol!"

Op 12 juni gaat Turkije naar de stembus, daarna staat de hervorming van de Grondwet, een erfenis van de staatsgreep van 1980, op de agenda. Wat zijn je verwachtingen?

"Ik ben ermee opgehouden verwachtingen te koesteren. In 2009, toen mijn film net klaar was, kondigde de regering de zogeheten democratische opening aan om de politieke en sociale positie van Koerden en andere minderheden in Turkije te verbeteren. Dat gaf mensen hoop, maar er kwam niets van terecht. Ik heb er als Duits staatsburger weinig mee te maken bovendien, het is aan de mensen in Turkije om de moed bijeen te rapen om nader tot elkaar te komen. Moeilijk hoeft het volgens mij echt niet te zijn, maar mentaal is het een grote stap."


Je bent Koerdische Duitser uit Berlijn, een relatieve buitenstaander. Heeft dat verschil gemaakt voor je film, denk je? 

"Ik sta daar niet echt bij stil, maar allicht speelt het een rol. Het maakte mij niet uit dat ik in Diyarbakır achtervolgd werd door de geheime dienst. Ik heb ook geen persoonlijke band met de plek waar mensen vermoord zijn. Ik kon het me veroorloven naïef te zijn. Daarnaast is het filmklimaat in Turkije slecht ontwikkeld en weinig divers, heel anders dan in bijvoorbeeld Duitsland. In de jaren '80 waren er nauwelijks bioscopen. Filmmakers worden erg beïnvloed door de dominante beeldcultuur van televisie, al is dat nu langzaam aan het veranderen. Maar ook toegang tot goed onderwijs is voor jongeren in Koerdistan een probleem. Hoe dan ook, ik hoop dat Min Dit anderen de moed geeft om Koerdische films te maken. Turkije heeft het hard nodig."

Geschreven door Marjanne de Haan

Tweet plaatsen Update plaatsen Update plaatsen
Zoeken in Films

ZOEKEN ALGEMEEN

Nieuwsbrief Festivalkrant
Volg ons op Twitter Volg ons op Facebook Volg ons op Youtube